AI & Tech

TU Delft wint Nederlandse Onderwijspremie voor roboticaonderwijs

Rick Noorlander foto
Rick Noorlander
Trendwatcher
Modulair educatief robotplatform met sensoren en bekabeling op een werktafel, met een laptop met code op de achtergrond

De snelle ontwikkeling van robotica en kunstmatige intelligentie vraagt om een andere manier van opleiden. Een docententeam van de TU Delft heeft met het onderwijsproject ‘Robotica: ik kan het!’ de Nederlandse Onderwijspremie 2026 gewonnen. Aan de eerste prijs is 1,2 miljoen euro verbonden, waarmee de onderwijsinnovatie verder kan worden ontwikkeld en breder kan worden ingezet.

Robotica stap voor stap toegankelijk maken

Centraal binnen het project staat MIRTE, een modulair robotplatform waarmee studenten robotica geleidelijk leren begrijpen. In plaats van direct met de volledige technische complexiteit te beginnen, wordt kennis stap voor stap opgebouwd.

Studenten beginnen bijvoorbeeld met het laten bewegen van een robot of het aansturen en uitlezen van sensoren. Vervolgens kunnen zij het systeem uitbreiden met nieuwe componenten en software, waardoor steeds complexere toepassingen mogelijk worden.

Verschillende technologieën komen samen

Robotica is bij uitstek een vakgebied waarin verschillende technische disciplines elkaar ontmoeten. Mechanica, elektronica en programmeren moeten uiteindelijk binnen één systeem samenwerken.

Juist daar biedt de modulaire aanpak voordelen. Studenten hoeven niet bij iedere opdracht opnieuw te beginnen, maar bouwen verder op wat zij eerder hebben ontwikkeld.

De aanpak richt zich onder meer op:

  • Robotica en programmeren
  • Sensoren en elektronica
  • Autonome systemen
  • Technisch probleemoplossend vermogen
  • Experimenteren en praktisch leren

Hierdoor ontstaat ruimte om sneller door te groeien naar grotere en complexere projecten.

Leren door te bouwen en fouten te maken

Een belangrijk uitgangspunt is actief leren. Studenten ontwerpen een oplossing, testen deze en passen het systeem aan wanneer iets niet werkt.

Volgens het Delftse docententeam stimuleert deze aanpak studenten om meer te experimenteren. Fouten worden daarbij niet uitsluitend gezien als iets dat moet worden voorkomen, maar als onderdeel van het leerproces.

Dat is relevant binnen technisch onderwijs, waar het begrijpen waarom een systeem niet functioneert minstens zo belangrijk kan zijn als het uiteindelijk werkend krijgen ervan.

Van autonome voertuigen tot glastuinbouw

De mogelijkheden van het platform lopen uiteen. Studenten kunnen bijvoorbeeld voertuigen ontwikkelen die zelfstandig obstakels ontwijken of robots bouwen die autonoom navigeren.

Ook systemen die metingen verrichten in een kas behoren tot de toepassingen. De modulaire structuur maakt het mogelijk hetzelfde platform voor verschillende niveaus en projecten te gebruiken, van beginnende studenten tot meer geavanceerde toepassingen.

Robotica wordt steeds belangrijker binnen technisch onderwijs

De prijs voor het Delftse project onderstreept een bredere ontwikkeling. Robotica en slimme automatisering krijgen een steeds prominentere plaats binnen technische opleidingen.

Daarmee verandert ook de manier waarop studenten worden voorbereid op hun toekomstige werk. Het gaat niet alleen om afzonderlijke technische vaardigheden, maar juist om het kunnen combineren van verschillende disciplines binnen één werkend systeem.

Praktijkgericht onderwijs kan daarin een belangrijke rol spelen.

Volgende stap richting voortgezet onderwijs

Met het prijzengeld wil het team MIRTE verder ontwikkelen en breder beschikbaar maken. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar toepassingen buiten de universiteit, waaronder het voortgezet onderwijs.

Door jongeren eerder praktisch kennis te laten maken met robotica kan de afstand tot technische opleidingen kleiner worden. Daarmee krijgt het project een betekenis die verder reikt dan alleen het universitaire onderwijs.

Van onderwijsinnovatie naar technologische voorsprong

De Nederlandse Onderwijspremies zijn bedoeld voor teams die vernieuwende onderwijsinitiatieven ontwikkelen. Per onderwijssector is in 2026 2,5 miljoen euro beschikbaar. De nummer één ontvangt 1,2 miljoen euro, gevolgd door 800.000 euro voor de tweede plaats en 500.000 euro voor de derde plaats. Het geld is bestemd voor verdere onderwijsvernieuwing.

Met de overwinning van het Delftse roboticaproject komt daarbij een duidelijke ontwikkeling naar voren: wie studenten wil voorbereiden op een steeds technologischer arbeidsmarkt, moet nieuwe technologie niet alleen uitleggen, maar studenten er vooral zelf mee laten werken.

Bron: Delta, TU Delft – ‘TU-docenten winnen Onderwijspremie met roboticaproject’, gepubliceerd op 26 juni 2026.